Ontslag als Stadsdichter


Collectief ontslag van de

Antwerpse Stadsdichters


Het stadsdichterschap. De glorieuze titel waar elke Antwerpse dichter naar verlangt.

Of toch vooraleer er sprake was van de aanstelling als poule.

Het stadsdichterschap van de Stad Antwerpen, dé cultuurstad bij uitstek.

Of toch vooraleer er sprake was van de aanstelling van dit stadsbestuur.


Als twee atypische woordkunstenaars, leek het een onbereikbare droom. We waren immers nog maar net gestart met ons poëtisch schip te bouwen. De gouden zeilen die ons richting havenstad zouden vervoeren, zagen we als een mythisch iets.Toen kwam het grote nieuws. Het stadsdichterschap werd het onze! Samen met 4 collega dichters die al meerdere schepen hadden gebouwd en lezers hadden veroverd. Ongelooflijk dat we hier deel van zouden uitmaken.

Dat onze unieke roots hierbij geholpen hebben, zagen wij niet als een valkuil, eerder als een opportuniteit voor mensen zoals ons. 

Wij zouden het culturele landschap inkleuren met onze diversiteit!



Ons poëtisch schip met haar gouden zeilen, voer richting stadhuis met ons als onervaren maar heel gedreven schippers aan het stuur.

We kregen allerlei kansen en mochten aanmeren bij verschillende grote spelers. Dat er al een kleine storm woedde aan de zijlijn, was ons niet direct duidelijk. We voelden wel het verschil tussen ons en onze voorgangers want niemand wist wie deze stadsdichters eigenlijk waren. Ook de aankondiging van onze aanstelling verliep eigenlijk - in hindsight- nogal achter de schermen.
Dat er verschillende gedichten de buitenwereld niet zagen, leek eerst een kwestie van media aandacht, iets dat altijd moeilijk te sturen valt. Maar toen ons eigen gedicht, Crystal Palace, een ode aan de koolkaai, last minute niet mocht verschijnen op een lelijke grijze elektriciteitskast omdat de tekening zogezegd te obsceen was, begonnen we ons toch vragen te stellen bij hoe sterk die gouden zeilen eigenlijk waren.

Want een stadsdichter hoort de stad toch in te kleuren met haar woorden? Hoezo hadden we niet genoeg kracht om die woorden dan te laten horen?


De storm die nadien kwam, was er eentje die ons glorieuze schip bijna liet kapseizen. Het schip begon meer aan te voelen als een houten vlot en de zee waarop we voeren bleek bovendien nog eens vol te zitten met giftige palingen. 

Onze collega die haar ontslag aanbood, de aanleiding van de storm, was volledig in haar recht. We bleven als 4 koppige karavaan sterk doorvaren omdat we het instituut van het stadsdichterschap wilden redden. Want als wij er de brui aan gaven was het sowieso gedaan. Bovendien zagen wij dit als een belediging aan het adres van alle dichters die mee een gooi hadden gedaan naar deze titel. 

De eens zo prachtige titel die onze voorgangers kregen om onze stad in te kleuren met woorden. We hielden voet bij stuk en zouden ons niet laten vergiftigen door die oude palingen met hun toxiciteit in de media.


We kwamen na lang aandringen eindelijk tot bij de schepen, die begrip had voor onze situatie. 

Een licentieovereenkomst zou er volgen, eentje zoals onze voorgangers moesten ondertekenen.

Nadat we 2 maanden tevergeefs moesten wachten op een licentieovereenkomst en we begrepen dat we op meerdere plaatsen eigenlijk persona non grata waren, zagen we dat deze gouden zeilen dus eerder gewoon een mythe waren. 

Het schrappen van de projectsubsidies was dan nog eens het druppeltje olie op de hete plaat. Het huidig stadsbestuur wilt geen dichters, wilt geen cultuur. Wij kunnen niet langer vechten voor een toekomst voor alle stadsdichters als het telkens duidelijker wordt dat er geen meer zullen volgen.



Wij geloven dat een poule van 5 dichters geen goed idee is. De ondersteuning van de Stad kan niet getrokken worden in 5 verschillende richtingen, daar zijn er niet genoeg manschappen en middelen voor. De kracht van diversiteit van meningen en woorden gaat volledig verloren als er geen cohesie is. We willen het instituut redden en dit kan alleen maar als er 1 stadsdichter in Antwerpen is. Eén sterke woordkunstenaar die het gezicht van cultuur in Antwerpen kan redden. Mét een licentieovereenkomst, mét een centrale plaats waar alle stadsgedichten worden verzameld, mét volledige ondersteuning die zich focust op deze dichter. We hopen dat het stadsbestuur dit experiment dan ook achterwege laat en een nieuw gezicht kan aanduiden.


Zondag wordt ons laatste optreden als stadsdichter. 

Vaarwel gouden zeilen, jullie blonken voor eventjes prachtig aan ons poëtisch schip.



Getekend,


Kibi Puati Nelen & Cleo Klapholz