Prescriptie

Psychose Deel II : Wie ben ik?

Een schel geschal uit de klaroen ... plots kreeg mijn leven van katoen.
Een voet voorwaarts, een voet zijwaarts, heel mijn leven neerwaarts.
Daar zeeg ik neer met zedige en natte ogen, ik was over de reling des levens gebogen.
Tranen parelen duizend manen, humor is de champagne van de robuuste tranen.
Op deze opdoffer van formaat wist ik van bijlange geen raad.
Ik wist niet meer wat ik deed, maar ik berokkende ook niemand leed.
Toch moest ik binnen, want ik moest mijn onreine gedachten ontginnen.
Het leven stond plots stil, maar met een losgepeuterde schil.
De visser legde niet meer zijn netten uit, maar stond bezield in zijn kajuit.
Zijn wereld was weggelegd, gekielhaald langs de enorme plecht.
Om in een ander brein te vertoeven, hoefde hij zijn fantasie niet meer terug te schroeven.
Hij is wie hij is, hij was wie hij niet was, dat is, mijn beste, wat je net doorlas.

EloyElustre

Psychose Deel I : Jij en ik.


Daar waan ik mij een baan door er te staan.

Gemunt, onverdund, en in een ander leven had het gekund.

Relaties verengen, verzengen, maar alles behalve dan verlengen.

Ingelijfd in een ander persoon, niet meer gewoon, maar in een dagdagelijks icoon. Gebracht, veracht, maar voor het leven te veel doordacht.

Gekanteld in een ander welzijn, zonder fysieke pijn ... zijn de gedachten niet meer zo rein. Het leven kleurt niet meer roze, bij een psychose waar je niet voor hebt gekozen.

Dichtbundels

Klik op de afbeelding om de dichtbundel te downloaden



Gert

HET VAT IS NOOIT AF


Gaan we gauw weer op café? Dan komt elke Moeskop na maanden isolatie uit z'n Blauwe Toren. Dan bevrijden we ons uit 't Lastig Portret waarin we al te lang verpozen, de Zure lockdown light in ons kot.

Laat staan dat Paters Vaetje, laat liggen die Vuile Was. We reizen met Tram 3 naar 't Stad en schreeuwen de leegte van de weken van ons af, zodat ze het tot in Beveren en In de Stad Aalst, tot in Chatleroi, of voor mijn part Mombasa kunnen horen. Wij waren Robinson, nu zijn we Pelgrim. Van Salamander promoveren we tot Draak.

In De Kroeg op De Rui groet ik K. Zeppos, naast Papa Jos aan de kop van de toog, alsof deze pater familias, De Prof van het drinkgelag er non-stop zat. De Kleine Hedonist is voortaan non-stop zat. En met alle andere Gitanes hef ik het glas. Elke Engel en elke Bengel drinkt mee. Elke Vagant en elke Joker entertaint ons met de pint in de hand. Ook Pallieter zet het op een gelukzalig zuipen, maar de Boer van Tienen is BOB. Maurice moet Dietrich oprapen en het is nog niet eens middernacht.

Wij Beerlovers drinken met maten maar met mate - ik weet het, 't is een Dogma. Vergeet nooit, Kid's: Het Elfde Gebod - zuipt als een vod! - is in het slechtste geval een ticketje richting Korsakov, een aanslag op de Hypothalamus. We lallen erop los, verzinnen dwaze verhalen over Witzli-Poetzli, en welke Mercator zonder Zeezicht heeft de weg naar de volgende whiskybar al in kaart gebracht? Een Waagstuk naar het graf, wellicht, of naar Kassa 4 in de enige supermarkt die nooit sluit, die op Plaza Real. ViaVia komen we er wel.

Tafeltje Rond zwelgen wij. Want elke Cabron hier aanwezig heb ik lief. Ja, ondanks mijn allergie kan ik zelfs De Kat zoenen. Ik kan De Mus wel kussen. Zelfs De Duifkens en De Pelikaan kan ik voortaan, vleugelvrij, aan. Want hier is plezier en hier is bier of wijn of zelfs Café au Lait als het moet. Hier is samen de nacht in duiken. De Muze herontdekken. Ons de nieuwe Boekowski wanen.

Tijd voor La Boum, et c'est party, de dj draait Gorillaz en we dansen. Eerst nog wat stijf, Het Been neemt z'n tijd. Mensen die dansen. Dansende mensen op deze Beautiful Planet. Dit is onze tempel van Bakeliet, ons Café des Arts, ons Bar Deco, ons aller Salon. Hier is An (Sibhin) en alleman Baron. Hier allemaal samen, Stanny en Leon, Bobby en Clodette, zeggen we weer JA tegen het leven, gelijk Molly Bloom. We zijn elkaars Ware Jacob, allemaal.

Schol! En doet 'em nog eens vol.

Dame Gedraaid

Mijn Stad in Geuren, niet Kleuren

 

Het blanke meisje uit de arbeiderswijk.

Opgegroeid met het snuffelen van geuren en niet het zien van kleuren.

 

Vraag me niet mijn Marokkaanse buurman te beschrijven,

Maar vraag me naar de geur van zijn harira.

De Congolees van achter de hoek met zijn sappige Antwerpse A

En de lekkerste kip moambe.

 

We schuiven samen aan voor de Turkse bakker en zijn zoetigheden,

Staan te drummen bij de Chinese Supermarkt

waar we elke keer weer iets nieuws ontdekken.

 

Het verschaalde bier om 3u 's nachts spoelen we maar wat graag door,

Met een pita'tje uit het schipperskwartier.

Waar we dan ook nog eens stiekem proeven van de meisjes van plezier.

 

 

Blanke vrouw uit de arbeiderswijk,

Ruikt nog steeds alle culturen rond haar.

Blanke vrouw uit de arbeiderswijk,

Moedwillig blind voor alles wat niet verdraagzaam is.

Nele Bleuzé